Een kuilanalyse vertelt je wat je rantsoen waard is

Ruwvoerkwaliteit is nooit hetzelfde. Het maaitijdstip, het weer, de bemesting — het bepaalt allemaal mee wat er in de kuil terechtkomt. Met een kuilanalyse zie je de energiewaarde (VEM), het eiwitgehalte en het droge stofpercentage. Zwart op wit.

 

En dan kun je wat. Valt de VEM lager uit dan verwacht, dan weet je dat je de tweede snede jonger moet maaien. Is het eiwitgehalte hoog, dan loont het om wat langer te wachten. Zo stuur je gericht bij — in bemesting, maaitijdstip of rantsoen — in plaats van achteraf te compenseren met bijproducten.

 

Dat vertaalt zich direct naar de stal: constanter voer betekent minder schommelingen in de melkproductie en minder hoeven bijsturen in het rantsoen.

De monsterdop: kleed dicht, monster genomen

In het afdekkleed van Agridek kunnen meerdere monsterdoppen worden geplaatst, meestal drie verdeeld over de lengte en breedte van de kuil (diagonaal opgesteld). Uiteraard is het ook mogelijk om meer monsterdoppen aan te brengen. Je draait de dop eraf, neemt via de opening je monster en draait hem vervolgens weer vast. Het kleed blijft verder volledig gesloten; je hoeft niets op te rollen of op te tillen.

 

Bij het nemen van een kuilmonster wil je zo min mogelijk lucht in de kuil brengen. Hoe korter het kleed open is, hoe kleiner het risico op broei rondom de bemonsteringsplaats. Via de monsterdop werk je snel en gericht, zonder de afdekking te verstoren. Hierdoor blijft de kwaliteit van het voer beter behouden.

Monsterdop

Bij een lasagnekuil: één monster voor de hele kuil

Bij een lasagnekuil worden alle sneden in dunne lagen over de volledige silo verdeeld. Dat heeft een handig gevolg voor bemonstering: één monster geeft al een representatief beeld van het totale ruwvoer, omdat alle lagen erin verwerkt zitten. Één analyse en je weet wat je het hele seizoen voert.

Monsterdop

Gerard Witteveen deelt zijn ervaring met Agridek

Bekijk ook deze berichten